Als het God belieft zal pater Eduard Schillebeeckx kort
na Allerheiligen zijn 95ste verjaardag mogen vieren. In het vooruitzicht
daarvan krijgt zijn persoon en zijn werk van verschillende kanten nog eens
extra aandacht. Begin december verleden jaar heeft de faculteit theologie
van Leuven in samenwerking met die van Nijmegen een prestigieus
internationaal symposium georganiseerd waarop de betekenis van Schillebeeckx
voor de (in het Engels) Theology for the 21st Century in het licht is
gesteld. In januari heeft TGL, tijdschrift voor geestelijk leven, een
uitzonderlijk dik nummer aan E. Schillebeeckx gewijd, dat een vervolg heeft
gekregen in een colloquium over de 'Spirituele krachtlijnen' die we nu nog
uit zijn theologie kunnen halen. Meer dan 2OO belangstellenden zijn komen
luisteren en mee discussiëren.
Bert Claerhout, die optrad als moderator, sloot het
colloquium af met een boeiend persoonlijk getuigenis.
Hieronder volgt een
ingekorte versie van zijn lezing.
Hoe Edward Schillebeeckx mijn leven beïnvloedde
Mijn eerste kennismaking met het gedachtegoed van Edward
Schillebeeckx dateert van eind jaren zestig. Ik studeerde sociologie aan de
K.U. Leuven. Sociologie was de richting bij uitstek voor kritische studenten
en 'maatschappijhervormers'. Mijn geloof stond in die tijd op een laag pitje.
Niet dat ik de band met kerk en geloof volledig kwijt was, maar ik was
veeleer 'zoekende'. Zoekende hoe ik het geloof dat ik had meegekregen, in
overeenstemming kon brengen met wat zich toen allemaal afspeelde: de
Vietnamoorlog, de burgeroorlog in Biafra, het studentenprotest, de moorden
op Martin Luther King en Robert Kennedy, de maanlanding, de anticonceptiepil
die op de markt kwam, enz.
Ik vroeg me af waar je God ten opzichte van die
ontwikkelingen en de twijfel van de tijd moest situeren. Het antwoord op dat
soort vragen vind je zelden in handboeken. Toch zette de cursus 'Sociale
leer van de kerk', gedoceerd door B.J. De Clercq, een dominicaan en
medebroeder van Schillebeeckx, mij op het juiste spoor. Voor het eerst kwam
ik in aanraking met het gedachtegoed van theologen als Moltmann, Metz,
Bonhoeffer, Congar, Gollwitzer, Chenu... En natuurlijk ook Edward
Schillebeeckx, wiens naam mij enigszins bekend was door artikels in kranten
en tijdschriften.
Gaandeweg verdiepte ik me in Schillebeeckx' oeuvre.
Daardoor ging voor mij een nieuwe wereld open. Ik leerde dat een radicaal
sociaal engagement niet in tegenspraak is met het christelijk geloof, maar
er volledig in het verlengde van ligt. "Het antwoord op de vraag naar de
universele heilsbetekenis van Jezus", schreef Schillebeeckx in zijn tweede
Jezusboek, Gerechtigheid en liefde, Genade en Bevrijding, "ontsluit
zowel het ware leven van de mens - bevrijdend verwerkelijken van echte
menselijkheid - als juist het ware gelaat van God, voorvechter van alle goed
en bestrijder van kwaad, lijden en onrecht."
Vanuit dat perspectief lag Schillebeeckx zonder meer mee
aan de basis van mijn latere geloofsengagement. Zijn inspiratie zou alleen
toenemen. Niet zozeer door de consistentie van zijn denken - iets waarin hij
zonder meer excelleerde -, ook niet doordat ik hem boven alle andere
theologen zou plaatsen. Wel doordat ik later het voorrecht had hem te
ontmoeten. Ik leerde niet alleen een eminent wetenschapper kennen, maar
tegelijk iemand die van zoveel bescheidenheid, authenticiteit en
menselijkheid getuigde, dat ik hem daarvoor eeuwig dankbaar zal blijven.
Toen ik als journalist verantwoordelijk was voor de
religieuze berichtgeving in De Standaard, volgde ik het reilen en
zeilen van Schillebeeckx van heel nabij. Uit zijn boeken en zijn vele
publicaties kwam bij mij telkens weer het beeld naar boven van een man uit
één stuk. Geen opportunisme, geen verraad aan vorige ideeën... Wel
aanpassingen en nuanceringen die de vrucht waren van bijkomende studie. Dat
was ook zo toen hij moeilijkheden met Rome had. Schillebeeckx streed altijd
onverdroten en gedreven voor datgene waarin hij geloofde.
Aan het eind van de jaren tachtig heb ik voor het eerst
met hem gesproken. Hij was in Gent aan de universiteit voor een debat met
Leo Apostel. Twee grote denkers in dialoog, een theoloog en een atheïst. Het
auditorium zat afgeladen vol. Na afloop had ik een kort gesprek met
Schillebeeckx. Het is op basis van dat gesprek dat ik later mee het
initiatief heb genomen om hem uit te nodigen voor een ontmoeting met een
aantal lezers van De Standaard. In die tijd nam de krant vaker zulke
initiatieven. De lezers mochten hun vragen schriftelijk formuleren en werden
op basis daarvan geselecteerd om tijdens een etentje in een restaurant met
een gast te discussiëren.
Ik weet niet meer in welk restaurant de ontmoeting met
Schillebeeckx plaatsvond. Ik herinner me alleen dat het in Leuven was en dat
ik hem aan het station ging ophalen. We waren te vroeg en we hebben dan maar
op een terras aan de Oude Markt een koffie gedronken. Naast mij zat geen man
die zich als een beroemd theoloog voordeed. Hij vertelde gewoon, en dat deed
hij ook op de lezersontmoeting. Spontaan, recht voor de vuist...
De dagen daarna had ik het druk met het uitwerken van het
gesprek. Boeiende lectuur, ongetwijfeld. Schillebeeckx' uitspraken over de
band tussen geloof en ethiek deden achteraf stof opwaaien. "Religie en
ethiek mogen niet met elkaar worden verward", had hij gezegd. "Ethiek is
autonoom. Er bestaat in wezen geen christelijke ethiek. Elke mens die
streeft naar menswaardigheid heeft recht van spreken."
Ook de relatie tussen het christendom en de andere
godsdiensten was aan bod gekomen. Schillebeeckx had benadrukt dat we de
uniciteit van het christendom altijd zo moeten interpreteren dat we de
positieve waarde van de andere grote religies erkennen. Ook daar is volgens
hem immers sprake van echte godsopenbaring. "God is te groot en te
veelzijdig om in één godsdienst ten volle tot zijn recht te komen", zei hij.
Een uitspraak waarover ik vaak heb nagedacht toen ik in 2007 een tijdlang te
midden van een moslimbevolking in het Marokkaanse Atlasgebergte leefde.
Zoals doorgaans het geval was met bijdragen over
Schillebeeckx, leverde ook het verslag van de lezersontmoeting negatieve
commentaren op. Schillebeeckx werd verweten een opposant, een onruststoker
en zelfs een ketter te zijn. Sommige reacties waren zo ongenuanceerd dat ik
er een gevoel van plaatsvervangende schaamte bij had. Maar toen ik hem
daarover opbelde, stelde hij mij meteen gerust. Zelf trok hij zich van al
die kritiek niets aan. "Ze hebben het verkeerd voor", zei hij altijd. "Maar
ze hebben hoe dan ook recht op hun mening..."
Ondanks zijn kritiek op het centralisme van Rome en zijn
verzet tegen de manier waarop vrouwen en gehuwden uit de kerkelijke ambten
werden geweerd, bleef hij de kerk altijd trouw. "De katholieke kerk is mijn
kerk", vertelde hij. Met 'mijn kerk' bedoelde hij dat hij voor die kerk had
gekozen, dat hij in die kerk als priester en als dominicaan de mooiste
momenten van zijn leven had meegemaakt. Weggaan, zei hij ooit, zou niet veel
meer zijn dan een semantische operatie: het stellen van een symbool zonder
inhoud.
De derde periode waarin Schillebeeckx mijn levenspad
kruiste, ving aan bij zijn negentigste verjaardag. Ik had mijn job bij De
Standaard inmiddels ingeruild voor het hoofdredacteurschap van het
weekblad Tertio. In die hoedanigheid had ik in 2004 een uitnodiging
ontvangen voor een bijeenkomst in Nijmegen ter gelegenheid van Schillebeeckx'
negentigste verjaardag. Wegens gezondheidsredenen was het lang niet zeker of
de jarige zelf aanwezig kon zijn. Maar God stak een handje toe en de
negentigjarige gaf present. We hadden een kort gesprek. Hij vertelde me dat
hij Tertio las en dat hij het een goed blad vond. Het is een van de
mooiste complimenten die ik ooit heb gekregen.
Bovendien leerde ik die dag iemand kennen die bij hem
vriend aan huis is en hem geregeld bezoekt. De voorbije jaren reden we
geregeld samen naar Nijmegen. Schillebeeckx werd voor mij een beetje Edward.
Eind 2005 hadden we een lang gesprek dat in januari 2006 in Tertio
verscheen. Hij vertelde daarin onder meer uitvoerig over zijn ziekte. Hij
had ervaren hoe dun de draad van het leven op een gegeven moment kan zijn,
maar hij was er weer bovenop gekomen. Hij was dankbaar voor wat de artsen
voor hem deden. De toon waarop hij praatte was nooit emotioneel.
Integendeel, elke keer dat ik hem ontmoette, straalde hij vertrouwen uit. En
hoop...
"Wat ik meemaak, is niet uitzonderlijk", zei hij. En hij
benadrukte allereerst het positieve. Hij was blij dat hij nog kon lezen,
studeren en werken. En dat hij af en toe nog een stukje kon stappen. "Ik
weet dat ik elke ogenblik kan sterven, ik heb me daarmee verzoend", zei hij
in het interview. "Toch denk ik niet aan mijn dood. Ik vertrouw op
Onze-Lieve-Heer. Hij sleepte me al overal doorheen." Het geloof van een
kolenbrander.
Daarnaast leerde ik Schillebeeckx vooral kennen als
iemand die altijd bezorgd voor en nieuwsgierig naar de medemens is. Hij zag
zijn wetenschappelijk werk trouwens zeer bewust als een vorm van apostolaat
en pastoraat, die perfect past in de dominicaanse traditie van de
verkondiging van de blijde en bevrijdende boodschap van Jezus. Hoe rationeel
hij in zijn theologisch denken ook is, zo bezorgd, innemend en luisterbereid
is hij in zijn contacten met wie hem nabij is.
Toen ik begin 2007 afscheid van hem nam, vooraleer naar
Marokko te vertrekken, gaf hij mij bij het afscheid een kaart met een
boodschap mee. Aan het slot ervan schreef hij: "Mijn kippengeschrift van
mijn artrosehand zal de inhoud hiervan hopelijk niet vertekenen."
Nooit zal ik vergeten wat ik dankzij hem mocht ervaren.
Het moge voor mij een blijvende aansporing zijn om te doen zoals hij.
Met
name:
* nooit op te houden verwonderd en nieuwsgierig te zijn;
* nooit te stoppen met studeren;
* altijd eerbied en respect te betuigen voor wie en wat
op je weg komt;
* altijd open te staan voor opmerkingen en die eerlijk
trachten te beantwoorden;
* elke dag je dankbaarheid te tonen en het leven als een
geschenk te ervaren;
* en, last but not least, je geloof te beleven als
een vertrouwen dat je met de rede kunt verantwoorden op basis van ons
menszijn en onze menselijke ervaring.
Bert Claerhout