Dominicaans leven 2009/1

Edward Schillebeeckx actueel

Als het God belieft zal pater Eduard Schillebeeckx kort na Allerheiligen zijn 95ste verjaardag mogen vieren. In het vooruitzicht daarvan krijgt zijn persoon en zijn werk van verschillende kanten nog eens extra aandacht. Begin december verleden jaar heeft de faculteit theologie van Leuven in samenwerking met die van Nijmegen een prestigieus internationaal symposium georganiseerd waarop de betekenis van Schillebeeckx voor de (in het Engels) Theology for the 21st Century in het licht is gesteld. In januari heeft TGL, tijdschrift voor geestelijk leven, een uitzonderlijk dik nummer aan E. Schillebeeckx gewijd, dat een vervolg heeft gekregen in een colloquium over de 'Spirituele krachtlijnen' die we nu nog uit zijn theologie kunnen halen. Meer dan 2OO belangstellenden zijn komen luisteren en mee discussiëren.

Bert Claerhout, die optrad als moderator, sloot het colloquium af met een boeiend persoonlijk getuigenis.
Hieronder volgt een ingekorte versie van zijn lezing.

Hoe Edward Schillebeeckx mijn leven beïnvloedde

Mijn eerste kennismaking met het gedachtegoed van Edward Schillebeeckx dateert van eind jaren zestig. Ik studeerde sociologie aan de K.U. Leuven. Sociologie was de richting bij uitstek voor kritische studenten en 'maatschappijhervormers'. Mijn geloof stond in die tijd op een laag pitje. Niet dat ik de band met kerk en geloof volledig kwijt was, maar ik was veeleer 'zoekende'. Zoekende hoe ik het geloof dat ik had meegekregen, in overeenstemming kon brengen met wat zich toen allemaal afspeelde: de Vietnamoorlog, de burgeroorlog in Biafra, het studentenprotest, de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de maanlanding, de anticonceptiepil die op de markt kwam, enz.

Ik vroeg me af waar je God ten opzichte van die ontwikkelingen en de twijfel van de tijd moest situeren. Het antwoord op dat soort vragen vind je zelden in handboeken. Toch zette de cursus 'Sociale leer van de kerk', gedoceerd door B.J. De Clercq, een dominicaan en medebroeder van Schillebeeckx, mij op het juiste spoor. Voor het eerst kwam ik in aanraking met het gedachtegoed van theologen als Moltmann, Metz, Bonhoeffer, Congar, Gollwitzer, Chenu... En natuurlijk ook Edward Schillebeeckx, wiens naam mij enigszins bekend was door artikels in kranten en tijdschriften.

Gaandeweg verdiepte ik me in Schillebeeckx' oeuvre. Daardoor ging voor mij een nieuwe wereld open. Ik leerde dat een radicaal sociaal engagement niet in tegenspraak is met het christelijk geloof, maar er volledig in het verlengde van ligt. "Het antwoord op de vraag naar de universele heilsbetekenis van Jezus", schreef Schillebeeckx in zijn tweede Jezusboek, Gerechtigheid en liefde, Genade en Bevrijding, "ontsluit zowel het ware leven van de mens - bevrijdend verwerkelijken van echte menselijkheid - als juist het ware gelaat van God, voorvechter van alle goed en bestrijder van kwaad, lijden en onrecht."

Vanuit dat perspectief lag Schillebeeckx zonder meer mee aan de basis van mijn latere geloofsengagement. Zijn inspiratie zou alleen toenemen. Niet zozeer door de consistentie van zijn denken - iets waarin hij zonder meer excelleerde -, ook niet doordat ik hem boven alle andere theologen zou plaatsen. Wel doordat ik later het voorrecht had hem te ontmoeten. Ik leerde niet alleen een eminent wetenschapper kennen, maar tegelijk iemand die van zoveel bescheidenheid, authenticiteit en menselijkheid getuigde, dat ik hem daarvoor eeuwig dankbaar zal blijven.

Toen ik als journalist verantwoordelijk was voor de religieuze berichtgeving in De Standaard, volgde ik het reilen en zeilen van Schillebeeckx van heel nabij. Uit zijn boeken en zijn vele publicaties kwam bij mij telkens weer het beeld naar boven van een man uit één stuk. Geen opportunisme, geen verraad aan vorige ideeën... Wel aanpassingen en nuanceringen die de vrucht waren van bijkomende studie. Dat was ook zo toen hij moeilijkheden met Rome had. Schillebeeckx streed altijd onverdroten en gedreven voor datgene waarin hij geloofde.

Aan het eind van de jaren tachtig heb ik voor het eerst met hem gesproken. Hij was in Gent aan de universiteit voor een debat met Leo Apostel. Twee grote denkers in dialoog, een theoloog en een atheïst. Het auditorium zat afgeladen vol. Na afloop had ik een kort gesprek met Schillebeeckx. Het is op basis van dat gesprek dat ik later mee het initiatief heb genomen om hem uit te nodigen voor een ontmoeting met een aantal lezers van De Standaard. In die tijd nam de krant vaker zulke initiatieven. De lezers mochten hun vragen schriftelijk formuleren en werden op basis daarvan geselecteerd om tijdens een etentje in een restaurant met een gast te discussiëren.

Ik weet niet meer in welk restaurant de ontmoeting met Schillebeeckx plaatsvond. Ik herinner me alleen dat het in Leuven was en dat ik hem aan het station ging ophalen. We waren te vroeg en we hebben dan maar op een terras aan de Oude Markt een koffie gedronken. Naast mij zat geen man die zich als een beroemd theoloog voordeed. Hij vertelde gewoon, en dat deed hij ook op de lezersontmoeting. Spontaan, recht voor de vuist...

De dagen daarna had ik het druk met het uitwerken van het gesprek. Boeiende lectuur, ongetwijfeld. Schillebeeckx' uitspraken over de band tussen geloof en ethiek deden achteraf stof opwaaien. "Religie en ethiek mogen niet met elkaar worden verward", had hij gezegd. "Ethiek is autonoom. Er bestaat in wezen geen christelijke ethiek. Elke mens die streeft naar menswaardigheid heeft recht van spreken."

Ook de relatie tussen het christendom en de andere godsdiensten was aan bod gekomen. Schillebeeckx had benadrukt dat we de uniciteit van het christendom altijd zo moeten interpreteren dat we de positieve waarde van de andere grote religies erkennen. Ook daar is volgens hem immers sprake van echte godsopenbaring. "God is te groot en te veelzijdig om in één godsdienst ten volle tot zijn recht te komen", zei hij. Een uitspraak waarover ik vaak heb nagedacht toen ik in 2007 een tijdlang te midden van een moslimbevolking in het Marokkaanse Atlasgebergte leefde.

Zoals doorgaans het geval was met bijdragen over Schillebeeckx, leverde ook het verslag van de lezersontmoeting negatieve commentaren op. Schillebeeckx werd verweten een opposant, een onruststoker en zelfs een ketter te zijn. Sommige reacties waren zo ongenuanceerd dat ik er een gevoel van plaatsvervangende schaamte bij had. Maar toen ik hem daarover opbelde, stelde hij mij meteen gerust. Zelf trok hij zich van al die kritiek niets aan. "Ze hebben het verkeerd voor", zei hij altijd. "Maar ze hebben hoe dan ook recht op hun mening..."

Ondanks zijn kritiek op het centralisme van Rome en zijn verzet tegen de manier waarop vrouwen en gehuwden uit de kerkelijke ambten werden geweerd, bleef hij de kerk altijd trouw. "De katholieke kerk is mijn kerk", vertelde hij. Met 'mijn kerk' bedoelde hij dat hij voor die kerk had gekozen, dat hij in die kerk als priester en als dominicaan de mooiste momenten van zijn leven had meegemaakt. Weggaan, zei hij ooit, zou niet veel meer zijn dan een semantische operatie: het stellen van een symbool zonder inhoud.

De derde periode waarin Schillebeeckx mijn levenspad kruiste, ving aan bij zijn negentigste verjaardag. Ik had mijn job bij De Standaard inmiddels ingeruild voor het hoofdredacteurschap van het weekblad Tertio. In die hoedanigheid had ik in 2004 een uitnodiging ontvangen voor een bijeenkomst in Nijmegen ter gelegenheid van Schillebeeckx' negentigste verjaardag. Wegens gezondheidsredenen was het lang niet zeker of de jarige zelf aanwezig kon zijn. Maar God stak een handje toe en de negentigjarige gaf present. We hadden een kort gesprek. Hij vertelde me dat hij Tertio las en dat hij het een goed blad vond. Het is een van de mooiste complimenten die ik ooit heb gekregen.

Bovendien leerde ik die dag iemand kennen die bij hem vriend aan huis is en hem geregeld bezoekt. De voorbije jaren reden we geregeld samen naar Nijmegen. Schillebeeckx werd voor mij een beetje Edward. Eind 2005 hadden we een lang gesprek dat in januari 2006 in Tertio verscheen. Hij vertelde daarin onder meer uitvoerig over zijn ziekte. Hij had ervaren hoe dun de draad van het leven op een gegeven moment kan zijn, maar hij was er weer bovenop gekomen. Hij was dankbaar voor wat de artsen voor hem deden. De toon waarop hij praatte was nooit emotioneel. Integendeel, elke keer dat ik hem ontmoette, straalde hij vertrouwen uit. En hoop...

"Wat ik meemaak, is niet uitzonderlijk", zei hij. En hij benadrukte allereerst het positieve. Hij was blij dat hij nog kon lezen, studeren en werken. En dat hij af en toe nog een stukje kon stappen. "Ik weet dat ik elke ogenblik kan sterven, ik heb me daarmee verzoend", zei hij in het interview. "Toch denk ik niet aan mijn dood. Ik vertrouw op Onze-Lieve-Heer. Hij sleepte me al overal doorheen." Het geloof van een kolenbrander.

Daarnaast leerde ik Schillebeeckx vooral kennen als iemand die altijd bezorgd voor en nieuwsgierig naar de medemens is. Hij zag zijn wetenschappelijk werk trouwens zeer bewust als een vorm van apostolaat en pastoraat, die perfect past in de dominicaanse traditie van de verkondiging van de blijde en bevrijdende boodschap van Jezus. Hoe rationeel hij in zijn theologisch denken ook is, zo bezorgd, innemend en luisterbereid is hij in zijn contacten met wie hem nabij is.

Toen ik begin 2007 afscheid van hem nam, vooraleer naar Marokko te vertrekken, gaf hij mij bij het afscheid een kaart met een boodschap mee. Aan het slot ervan schreef hij: "Mijn kippengeschrift van mijn artrosehand zal de inhoud hiervan hopelijk niet vertekenen."

Nooit zal ik vergeten wat ik dankzij hem mocht ervaren. Het moge voor mij een blijvende aansporing zijn om te doen zoals hij.
Met name:

* nooit op te houden verwonderd en nieuwsgierig te zijn;
* nooit te stoppen met studeren;
* altijd eerbied en respect te betuigen voor wie en wat op je weg komt;
* altijd open te staan voor opmerkingen en die eerlijk trachten te beantwoorden;
* elke dag je dankbaarheid te tonen en het leven als een geschenk te ervaren;
* en, last but not least, je geloof te beleven als een vertrouwen dat je met de rede kunt verantwoorden op basis van ons menszijn en onze menselijke ervaring.

Bert Claerhout