| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 4 mei - zevende paaszondag |
|
|
Lezingen:
Handelingen 1,12-14
|
|||
|
God
verheerlijken Op de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt elk
jaar een stuk uit het lange gebed gelezen dat Jezus volgens het Johannesevangelie
kort voor zijn dood heeft gebeden. Dit jaar lezen we het eerste stuk. Kan men zich voorstellen dat Jezus dit zeer
persoonlijke, intieme gebed hardop heeft gebeden, in het bijzijn van
anderen? Dat doet niemand. Ook Jezus heeft het wel niet gedaan. We mogen
wel aannemen dat hij aan het einde van het lange tafelgesprek met zijn
leerlingen en zijn nabije dood voor ogen in stilte heeft gebeden. Dat is
de veronderstelling van de evangelist. Hij heeft zich ingebeeld wat Jezus
tegen zijn Vader gezegd en hem gevraagd zou kunnen hebben. Dit gebed biedt
hij zijn lezers aan. Het heeft er een samenvatting van heel zijn evangelie
van gemaakt.
Hoe bidt iemand die zijn dood snel voelt naderen? Hij
kijkt achterom, hij maakt de balans van zijn leven op in het licht van
zijn nabije dood. Hij bidt voor zijn geliefden die hij moet achterlaten.
Dat was ook het gebed van Jezus. Zijn leven overschouwend bad Jezus tot
zijn vader: Ik heb van u de macht ontvangen om aan iedereen die u me
gegeven hebt eeuwig leven te schenken. Dat is niet het leven aan de
overkant van de dood, maar het echte en volle leven al vóór de dood, zoals
de overvloedige wijn van de beste kwaliteit op de bruiloft van Kana. Dat
was het eerste van de tekenen waarin hij zijn heerlijkheid getoond heeft,
noteert de evangelist (2,11).
'We hebben zijn heerlijkheid gezien', staat er in de
proloog van het evangelie. Ook Gods heerlijkheid. Niemand heeft God ooit
gezien, maar het mensgeworden Woord heeft hem doen kennen (1,18). Dankzij
hem is zijn heerlijkheid zichtbaar geworden. Niet God zelf, zijn
heerlijkheid. De mensen die Jezus bezig hebben gezien en gehoord, konden
niet zeggen: Kijk, Jezus, daar loopt God. Ze zagen alleen een mens, maar
een mens die Gods heerlijkheid toonde.
'Verheerlijken' is een Nederlands woord dat we courant
gebruiken in zijn liturgische betekenis, bv. Als we het Gloria bidden.
Maar dat is niet de bijbelse betekenis. Jezus heeft God niet verheerlijkt
door hem te prijzen en dank te zeggen, maar door zijn werkzame
aanwezigheid zichtbaar te maken in alles wat hij zei en deed. Door het
werk te doen dat God hem had opgedragen. God heeft Jezus verheerlijkt door
de mensen te doen ervaren hoe hij aan het werk was overal waar Jezus al
weldoende rondging.
Jezus heeft met aandrang gebeden voor zijn leerlingen,
niet alleen voor de elf die zonder hem zouden achterblijven, maar voor al
zijn volgelingen in de loop van de hele geschiedenis. Alleen voor hen,
niet voor de wereld. Dat klinkt onbegrijpelijk hardvochtig. Begrijpelijk
is het alleen in de taal van de evangelist. In zijn taal betekent 'de
wereld' alle mensen die niet geloven en vijandig of minstens onverschillig
staan tegenover het evangelie. 'De wereld' is het domein van het kwaad,
van alles wat mensen verdeelt en door leugen tegen elkaar opzet in plaats
van elkaar lief te hebben. God had die wereld zo lief dat hij zijn Zoon
heeft gegeven om de volheid van leven te schenken aan iedereen die in hem
gelooft (3,16). Maar veel mensen geloofden toen en geloven nu niet in hem.
Van die wereld zijn Jezus' leerlingen niet, maar ze
leven er wel middenin. En dat niet alleen. Die wereld leeft ook in hen.
Daarom bad Jezus dat God hen bestand zou maken tegen het kwaad in hun
wereld en het kwaad in hun eigen binnenste. Heilig hen door de waarheid,
vroeg hij. Dat ze zich toewijden aan de waarheid en de waarheid die uw
woord is in hun leven waarmaken.
In de wereld waarin ze leven en werken, moeten de
volgelingen van Jezus op hun beurt God verheerlijken. Het is goed dat we
God prijzen en hem liturgisch verheerlijken, hem danken voor zijn grote
heerlijkheid. Maar het is niet genoeg. Het voornaamste is dat we die
heerlijkheid voor anderen zichtbaar maken. De mensen die ons bezig zien,
moeten in ons doen en laten, misschien in ons stralend gezicht, iets van
Gods heerlijkheid kunnen ontwaren. Dan zullen ze zeggen: hier is God aan
het werk. God die zich het lot van mensen aantrekt en helpt vechten tegen
het kwaad. B.J. De Clercq o.p. |
| |