| Dominicanen Leuven | Zondagspreken |
| 11 mei - Pinkstern |
|
|
Lezingen:
1 Korintiërs 12,3-13
|
|||
|
De Pinksterkerk We horen wel eens meer beweren dat de kerk op
Pinksteren werd gesticht. Niet dat Jezus op Pinksteren plechtig de kerk
voor gesticht verklaard heeft. Zoals nu in Peking de Olympische Spelen
plechtig voor geopend zullen worden verklaard door de president van de
Chinese Republiek. Maar Jezus heeft wel een symbolische daad gesteld
waardoor op Pinksteren de leerlingen tot één lichaam werden gemaakt. En wel
tot een heel bepaald lichaam: het lichaam van de Geest van Jezus en zijn
God. Jezus blies de adem van zijn borst en hart over de verzamelde
leerlingen uit. Jezus droeg zijn kerk in en aan zijn hart. Hij droeg haar
een meelevend en meevoelend hart toe. Deze gezindheid blies hij over zijn
leerlingen en zijn moeder, en maakte hen zo één. Er bestaat een
achttiende-eeuwse icoon van de Hemelvaart van Jezus. Daarop troont Jezus in de hemel en staat op aarde Maria, de
moeder van de Heer, midden de leerlingen. Ze lijkt Jezus boven en de leerlingen beneden aan en in haar
hart te sluiten. De echte kerk is een kerk van het hart.
De kerk die op Pinksteren werd gesticht is niet een
kerk van concilies, dogma' s en gezagsstructuren, van een goed
georganiseerd geheel dat zichzelf op de eerste plaats ongeschonden moet
zien te bewaren. De Geest die Jezus over haar blaast, is niet een Geest
van voor eeuwen onveranderlijke waarheid, maar een Geest van vergeving. De
vergeving is blijkbaar een structuurelement van de kerk, die Jezus -
wellicht onbewust - voor ogen had. 'Ontvang de heilige Geest. Wier zonden
gij vergeeft, hun zijn ze vergeven.' De Kerk moet een gemeenschap van
levende harten worden, die steeds soepeler goedheid onder elkaar moeten
bewerken. Daartoe is van tijd tot tijd vergeving van en voor de anderen
nodig. Als we iets beters mogelijk moeten maken, moeten we de
mogelijkheid hebben om nieuwe wegen te proberen. Zo kunnen we ook al eens
iets fouts proberen. Het gaat immers niet om het onderhouden van vooraf
vastgelegde regels. Vergevingsgezindheid is dus op haar plaats. Wij en de
anderen bedoelen het meestal niet slecht.
In deze Kerk van geest en hart zijn de vruchten van de
heilige Geest de bindmiddelen van de eenheid van het lichaam dat de
kerk moet zijn. Over deze vruchten van de heilige Geest spreekt Paulus in
zijn brief aan de Galaten (5,22). Hij somt op: de vrucht van de Geest is:
liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof,
zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Het is duidelijk dat de kerk een kerk
van hartelijkheid en bescheidenheid moet zijn. Anders zouden deze vruchten
niet zo'n bepalende rol moeten spelen. En eigenlijk kunnen we niets anders
verwachten. Ook Jezus was hartelijk en bescheiden. Voor hem is de mens er
niet voor de sabbat, maar de sabbat voor de mens. Ook onze God is
hartelijk en bescheiden. Hij laat immers zijn zon opgaan over goeden en
kwaden.
Deze levenshouding kunnen we echter niet op eigen
kracht realiseren. We moeten door Jezus en zijn God gedrenkt worden
met de hoger genoemde vruchten van de Geest. En we moeten die Geest
eigenlijk niet met aandrang afsmeken. Jezus heeft zo zeer het initiatief
dat hij vanuit zichzelf gereed staat om ons zijn liefde te schenken. Zoals
Meister Eckhart zegt: God kan niet anders dan ons zijn liefde schenken.
Hij zou er zijn dood aan halen als hij het niet kon. Dat is tenslotte het
kenmerk van elke echte liefde - ook tussen mensen. Voor ons komt het erop
aan dat we de avances van God in ons hart niet over het hoofd zouden zien
en dat we er dankbaar voor zouden zijn.
Als leden van de Kerk die op Pinksteren in de
leerlingen werd ingeblazen, moeten we leren in ons hart te ervaren dat God
er is voor ons en dat hij van ons houdt. Onze eerste opdracht is: God zelf
en zijn liefde in ons hart ervaren. Hij wil zelfs met ons mee lijden.
Jezus en zijn God zijn zo met ons begaan dat ze graag voor ons willen
lijden. Zo zijn toch ook menselijke geliefden voor elkaar. En ouders voor
hun kinderen. En af en toe ook kinderen voor hun ouders. Maar dat kunnen
ze maar als ze erin slagen tot stilte in hun hart te komen. In de stilte
bloeien de echte verhoudingen tussen mensen onderling en tussen mens en
God eerst open. Want in de stilte komt de levenskracht vanuit God en de
anderen ons aangewaaid.
Jaak Vandenbulcke o.p. |
| |